Groetjes uit Guadalest: kasteel, bergen en een turquoise stuwmeer
Groetjes uit Guadalest: kasteel, bergen en een turquoise stuwmeer
Hoog in het bergachtige achterland van de Costa Blanca ligt El Castell de Guadalest, meestal simpelweg Guadalest genoemd. Het dorp ligt op een spectaculaire rots boven de Vall de Guadalest, omringd door de Sierra de Aitana, Xortà en Serrella. Beneden ligt het bekende stuwmeer, waarvan het blauwe water samen met de bergen en het oude kasteel een van de meest herkenbare landschappen van het binnenland van Alicante vormt.
Guadalest is klein, maar heeft opvallend veel te bieden. U vindt er middeleeuwse verdedigingswerken, oude adellijke huizen, een barokke kerk, bijzondere musea en wandelroutes door een landschap dat nauwelijks iets gemeen lijkt te hebben met de stranden van Benidorm die hemelsbreed helemaal niet zo ver weg liggen.
Eigenlijk heet het El Castell de Guadalest
De officiële naam is El Castell de Guadalest. ‘Castell’ verwijst natuurlijk naar het kasteel dat boven het dorp staat en eeuwenlang het hele dal controleerde.
De historische kern bestaat uit een hoger, versterkt gedeelte op de rots en een lager gelegen arrabal. Delen van de zestiende-eeuwse muren zijn nog aanwezig, waarbij ook oudere middeleeuwse elementen bewaard zijn gebleven. Het dorp werd in 1974 uitgeroepen tot historisch-artistiek ensemble en heeft tegenwoordig de beschermde status Bien de Interés Cultural.
Sinds 2015 behoort El Castell de Guadalest bovendien tot Los Pueblos más Bonitos de España en sinds 2016 tot de internationale federatie van de mooiste dorpen ter wereld.
U moet letterlijk door de berg om binnen te komen
Een van de leukste dingen aan Guadalest merkt u al voordat u het oudste gedeelte bereikt.
Om de historische vesting binnen te gaan loopt u door een tunnel die rechtstreeks door de rots is uitgehakt. De oorspronkelijke toegangspoort is nog aanwezig. Achter de tunnel opent zich vervolgens ineens het historische gedeelte met oude huizen, musea, de kerk en uitzichtpunten over het dal.
Dat maakt de entree bijna theatraal. Aan de ene kant loopt u nog tussen winkels en bezoekers en een paar seconden later staat u binnen het oude versterkte dorp boven op de rots.
Castillo de San José
Helemaal boven ligt het Castillo de San José.
De vesting werd in de elfde eeuw door de moslims gebouwd en had dankzij zijn strategische ligging grote betekenis tijdens de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Vanaf deze positie kon een groot deel van de vallei worden gecontroleerd.
Veel van het oorspronkelijke kasteel is helaas verdwenen. De aardbevingen van 1644 en 1748 veroorzaakten zware schade en tijdens de Spaanse Successieoorlog werd in 1708 een deel van de vesting opgeblazen.
Wat overblijft is misschien juist daardoor extra indrukwekkend. De ruïnes lijken bijna onderdeel van de rots zelf.
Nog een tweede kasteel: Alcozaiba
Guadalest had zelfs nog een tweede islamitische vesting: het Castillo de la Alcozaiba.
Ook dit kasteel dateert uit de elfde eeuw en lag op het terrein dat later bij Casa Orduña hoorde. Tegenwoordig resteert voornamelijk een torenruïne.
Vanaf deze hoge rots krijgt u een prachtig beeld van hoe moeilijk deze plek vroeger te veroveren moet zijn geweest.
Bergen aan alle kanten, steile rotswanden en maar een paar toegangen tot het versterkte gedeelte.
Een dorp dat meerdere keren door elkaar werd geschud
De aardbevingen waren bepalend voor het uiterlijk van Guadalest.
De zware aardbeving van 1644 verwoestte delen van het kasteel en andere gebouwen. Nieuwe aardbevingen volgden in de achttiende eeuw. En alsof dat nog niet genoeg was, kwam daar tijdens de Successieoorlog de explosie van 1708 bij.
Daardoor ziet u vandaag geen perfect bewaard middeleeuws kasteel, maar verschillende historische lagen door elkaar.
Voor ons maakt dat het juist interessanter. Guadalest is geen nagebouwd decor; het landschap laat letterlijk zien wat hier door de eeuwen heen is gebeurd.
Casa Orduña: een groot huis in een piepklein dorp
Naast de kerk staat de Casa Orduña, een van de belangrijkste historische gebouwen.
Het huis werd gebouwd na de aardbeving van 1644 door de familie Orduña, een familie van Baskische oorsprong die als vertrouwelingen van de Markiezen van Guadalest fungeerde. Bijna drie eeuwen lang vervulden familieleden belangrijke functies als gouverneurs en beheerders van de vesting en het markiezaat.
Ook Casa Orduña werd in 1708 tijdens de Spaanse Successieoorlog geplunderd en in brand gestoken, maar het gebouw werd opnieuw opgebouwd en bleef eeuwenlang een belangrijk machtscentrum.
Tegenwoordig is het een gemeentelijk museum.
Een bibliotheek met meer dan duizend boeken
Binnen Casa Orduña krijgt u een verrassend goed beeld van het leven van een invloedrijke familie in zo’n geïsoleerd bergdorp.
Een van de mooiste ruimtes is de historische bibliotheek met 1.265 boeken. Daarvan behoren honderden exemplaren tot het oude fonds uit de periode 1500–1800. Verder zijn er schilderijen, meubels, wapenschilden, borduurwerk en traditionele gebruiksvoorwerpen.
Vanaf de benedenverdieping krijgt u bovendien toegang tot het Castillo de San José.
Wij zouden Casa Orduña daarom zeker meenemen. Het geeft veel meer context aan de ruïnes buiten.
De kerk van Nuestra Señora de la Asunción
Direct naast Casa Orduña staat de Iglesia de Nuestra Señora de la Asunción.
De huidige barokke kerk werd tussen 1740 en 1753 gebouwd op de locatie van een veel ouder kerkgebouw uit de periode na de christelijke herovering. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd de kerk geplunderd en beschadigd en in 1962 volgde een grote verbouwing waarbij onder andere het grondplan werd aangepast.
De ligging is bijzonder: kerk, adellijk huis en kasteel staan bijna boven op elkaar in het kleine versterkte gedeelte.
Dat laat goed zien hoe klein het machtscentrum vroeger eigenlijk was.
En dan heeft Guadalest ook nog een middeleeuwse gevangenis
Onder het historische gemeentehuis bevindt zich een oude gevangenis uit de twaalfde eeuw.
Dit is weer zo’n detail dat u gemakkelijk mist als u alleen snel naar het uitzichtpunt loopt. De oude kern was niet alleen een kasteel, maar een compleet bestuurlijk en sociaal centrum.
Juist daarom zouden wij voor Guadalest iets meer tijd nemen dan alleen de bekende bustour van een paar uur.
Hoe krijgt zo’n klein dorp zoveel musea?
Dat vragen wij ons eigenlijk ook af.
Volgens de regionale toeristische dienst telt Guadalest acht verschillende musea. Naast Casa Orduña en het Etnologisch Museum zijn er onder andere musea voor microminiaturen, bijzondere miniaturen, historische voertuigen, poppenhuizen en kerststallen, zout- en pepervaatjes en zelfs historische martelwerktuigen.
Dat maakt Guadalest bijna een soort museumdorp.
U hoeft ze natuurlijk absoluut niet allemaal op één dag te bezoeken.
Een schilderij op een rijstkorrel
De Museo de Microminiaturas en het Museo Microgigante zijn waarschijnlijk de vreemdste.
Hier ziet u bijvoorbeeld kunstwerken die op een rijstkorrel of zandkorrel zijn gemaakt en miniaturen waarvoor u vergrootglazen nodig heeft. De officiële toeristische informatie noemt onder meer schilderijen op rijstkorrels en extreem kleine sculpturen.
Dat is misschien niet het eerste wat u verwacht midden tussen middeleeuwse kastelen.
Maar juist die combinatie maakt Guadalest zo eigenzinnig.
Hoe mensen vroeger in de vallei leefden
Wilt u liever iets dat echt met de regio te maken heeft, dan is het Museo Etnológico interessanter.
Het museum bevindt zich in een typisch achttiende-eeuws huis dat rechtstreeks op de rots is gebouwd. Binnen ziet u hoe families vroeger leefden en werkten, met een traditionele keuken, slaapkamer, voorraadruimte en gereedschappen voor landbouw en veeteelt. Ook olijfolieproductie, graanverwerking en wijnbouw komen aan bod.
Daarmee krijgt u een goed beeld van Guadalest voordat toeristen, souvenirs en dagtrips het straatbeeld gingen bepalen.
Het turquoise stuwmeer bestond vroeger helemaal niet
En dan natuurlijk het Embalse de Guadalest.
Het stuwmeer lijkt zo natuurlijk in het dal te liggen dat u gemakkelijk vergeet dat het door mensen is aangelegd. De bouw begon in 1953 en het project werd in 1971 voltooid.
Het water verzamelt zich in het dal van de Río Guadalest en wordt omringd door de hoge bergketens van de Marina Baixa.
Van boven uit het dorp kan de kleur opvallend turquoise tot blauwgroen lijken, afhankelijk van licht en omstandigheden.
Wandelen rondom het stuwmeer
U kunt het stuwmeer ook van beneden bekijken.
Er bestaat een relatief eenvoudige rondroute om het Embalse de Guadalest. Het traject loopt over grotendeels goed begaanbare wegen en paden en biedt voortdurend uitzicht op het water, de bergen en het dorp boven op de rots. De route voert bovendien langs de omgeving van Beniardà en Benimantell.
Wie alleen vanaf Guadalest naar beneden kijkt, ziet eigenlijk maar de helft van het landschap.
Vanaf het waterniveau ziet het dorp boven de rotsen er ineens nog spectaculairder uit.
Voor wie meer uitdaging wil: richting Aixortà
De echte bergwandelaars kunnen verder.
De PR-V 18 loopt vanaf de omgeving van het stuwmeer richting de Sierra de l’Aixortà. Het beschreven traject is ongeveer 13,5 kilometer en stijgt uiteindelijk richting de Cerro de los Parados, vanwaar u over de Vall de Guadalest, de Sierra Serrella en andere delen van het binnenland kijkt.
Het landschap verandert tijdens de route van mediterrane dennen, rozemarijn en struikgewas naar vegetatie die typisch is voor grotere hoogte.
Dit is dus een compleet andere Costa Blanca dan strand, palmbomen en boulevard.
De vallei bestaat uit meer dan Guadalest
Dat wordt soms vergeten.
Guadalest is niet alleen de naam van het dorp, maar ook van de hele vallei. Rondom liggen kleine plaatsen als Benimantell, Beniardà, Benifato en Confrides. De bergketens Xortà, Serrella en Aitana sluiten het dal grotendeels in.
Wie deze regio echt wil leren kennen, zouden wij dus niet na één foto bij het kasteel terug naar de kust sturen.
Rijd verder door de vallei en u ziet hoe snel de drukte rond Guadalest verdwijnt.
Aitana ligt vlak achter de vallei
Ten zuiden van Guadalest ligt de Sierra de Aitana, met toppen die tot de hoogste van Alicante behoren.
Vanaf verschillende punten rond Guadalest bepaalt Aitana de horizon. Aan de andere kanten liggen Xortà en Serrella.
Dat verklaart ook waarom het klimaat hier anders kan aanvoelen dan aan de kust.
In de winter kan het in deze bergdorpen flink koeler zijn, terwijl u beneden aan zee soms nog zonder jas op een terras zit.
San Gregorio en de zegening van het water
Begin mei wordt San Gregorio gevierd.
Een van de meest karakteristieke onderdelen is de zegening van het water, een traditie die mooi past bij een vallei waarin bronnen, landbouw en water altijd zo belangrijk zijn geweest. De feesten worden traditioneel rond het eerste weekend van mei gehouden.
Dat is een heel ander soort feest dan de grote Moros y Cristianos-optochten van veel kustplaatsen.
Kleiner, lokaler en sterk verbonden met het dorp zelf.
Augustus: Virgen de la Asunción
De belangrijkste patroonfeesten worden in augustus gehouden ter ere van Nuestra Señora de la Asunción.
Traditioneel vinden de festiviteiten rond 14 tot en met 17 augustus plaats, met processies, bloemoffers, muziek en andere activiteiten.
Het beeld van de Virgen wordt daarbij vanuit Casa Orduña naar de parochiekerk gebracht.
Voor een dorp dat normaal vooral door dagjesmensen wordt bezocht, krijgt Guadalest tijdens zo’n feest ineens weer heel duidelijk het karakter van een eigen lokale gemeenschap.
Olleta de blat in plaats van paella aan het strand
Ook het eten past bij de bergen.
Typische gerechten zijn olleta de blat, rijstgerechten, gevulde paprika’s, konijn met all i oli, geroosterde groenten en minxos, deegpakketjes gevuld met groenten.
Olleta de blat is een stevige stoofpot met onder andere tarwe, bonen, groenten en varkensvlees.
Dat is precies het soort gerecht dat veel logischer voelt op een koude wintermiddag tussen Aitana en Serrella dan aan een strandbar in augustus.
Guadalest en de Fonts de l’Algar
Een populaire combinatie is Guadalest met de Fonts de l’Algar bij Callosa d’en Sarrià.
Dat is logisch, want beide liggen in hetzelfde bergachtige achterland en zijn gemakkelijk tijdens één uitstap te combineren. Toch zouden wij ze persoonlijk liever over twee momenten verdelen wanneer u de tijd heeft.
Guadalest verdient wat ons betreft meer dan alleen een snelle wandeling naar het uitzichtpunt voordat de bus weer vertrekt.
Benidorm lijkt hier heel ver weg
En toch ligt de kust verrassend dichtbij.
Via Callosa d’en Sarrià en La Nucía rijdt u weer richting Altea en Benidorm. Dat maakt de overgang bijna vreemd: van kastelen, stuwmeer en bergdorpen naar hoogbouw en stranden binnen één regio.
Wie het contrast leuk vindt, kan ook onze pagina’s over Polop en La Nucía bekijken.
Wonen in Guadalest
Permanent wonen in El Castell de Guadalest is iets heel anders dan er een middag bezoeken.
Het dorp zelf is zeer kleinschalig en het dagelijkse leven is sterk verbonden met toerisme en de omliggende vallei. Voor grotere winkels, uitgebreide medische voorzieningen en andere stedelijke diensten zult u regelmatig richting grotere plaatsen rijden.
Daar staat veel rust en natuur tegenover, zeker zodra de dagjesmensen vertrekken.
Wie het landschap van Guadalest prachtig vindt maar meer woningkeuze of dagelijkse voorzieningen wil, kan daarom ook naar omliggende plaatsen in de vallei of richting Polop en La Nucía kijken.
Niet ieder huis met ‘Guadalest’ ligt in het dorp
Ook bij woningzoektochten is de naam iets om goed te controleren.
‘Guadalest’ kan worden gebruikt om de bredere Vall de Guadalest aan te duiden. Een landelijke woning kan dus in of rond Benimantell, Beniardà, Benifato of een ander nabijgelegen gebied liggen.
Dat kan juist aantrekkelijk zijn wanneer u een finca, grond of veel rust zoekt.
Bij landelijke woningen geldt natuurlijk altijd dat de juridische situatie van grond, woning, zwembad en eventuele bijgebouwen zorgvuldig moet worden gecontroleerd.
Emigreren naar de Vall de Guadalest
Voor wie naar Spanje wil emigreren en bewust voor berg- en dorpsleven kiest, is deze vallei heel interessant.
U leeft hier veel sterker tussen Spaanse dorpen, landbouw, natuur en lokale tradities dan in de internationale urbanisaties aan de kust. Een auto is praktisch onmisbaar en Spaans spreken wordt in het dagelijkse leven vanzelf belangrijker.
Daartegenover staat dat u nog steeds binnen bereik van de kust woont.
Wilt u meer weten over de praktische kant, bekijk dan ook Verhuizen naar Spanje.
Waarom Guadalest het ontdekken waard is
Kom wat ons betreft vroeg, voordat de grootste stroom bezoekers arriveert.
Loop door de tunnel naar de oude vesting, bezoek Casa Orduña en klim naar de resten van Castillo de San José. Neem daarna rustig de tijd voor het uitzicht over het stuwmeer en bezoek één of twee van de bijzondere musea.
Lunch vervolgens met een stevige olleta de blat en rijd daarna naar beneden richting het reservoir.
En heeft u nog een dag? Wandel eromheen of rijd verder door de vallei richting Beniardà, Benifato en Confrides.
Dan ontdekt u dat Guadalest veel meer is dan dat ene beroemde uitzicht.
Een islamitisch kasteel boven op de rots, een dorp achter een tunnel, een turquoise stuwmeer en hoge bergen rondom: hier lijkt de Costa Blanca ineens heel ver weg van de zee.
Groetjes uit Guadalest!