Groetjes uit Jávea: baaien, bergen en mediterrane sfeer
Groetjes uit Jávea: baaien, bergen en mediterrane sfeer
Jávea, officieel Xàbia in het Valenciaans, ligt aan de Costa Blanca Noord tussen de Cap de Sant Antoni en Cap de la Nau. Het is een kustplaats die moeilijk in één beeld te vangen is. U vindt er een historisch Spaans centrum, een oude visserswijk met haven, een levendige boulevard aan het zandstrand én uitgestrekte woongebieden tussen pijnbomen en heuvels.
Daar komen ongeveer twintig kilometer kust, kleine baaien, steile kliffen en de Montgó nog bij. Juist die combinatie van zee, natuur en een echte plaats die het hele jaar door leeft, maakt Jávea voor veel woningzoekers aantrekkelijk. De officiële toeristische strategie van Xàbia onderscheidt dertien stranden en baaien langs ongeveer twintig kilometer kust.
Meer informatie over wonen en het actuele woningaanbod vindt u op onze pagina over Jávea aan de Costa Blanca Noord.
Jávea of Xàbia?
U zult beide namen voortdurend tegenkomen. Xàbia is de officiële Valenciaanse naam en wordt lokaal veel gebruikt; Jávea is de Spaanse naam en bij buitenlandse woningzoekers meestal bekender.
Op verkeersborden, gemeentelijke websites en lokale organisaties ziet u daarom vaak Xàbia staan, terwijl makelaars en internationale websites vaker Jávea gebruiken.
Het gaat dus gewoon om dezelfde plaats.
Eigenlijk zijn het drie plaatsen in één
Om Jávea goed te begrijpen, helpt het om de plaats in drie delen te bekijken: Xàbia Històrica, Duanes de la Mar en El Arenal.
Het historische centrum ligt iets landinwaarts. Duanes de la Mar is het oude vissers- en havengebied. Daartussen en verder langs de kust ligt El Arenal, dat zich rondom het bekendste zandstrand heeft ontwikkeld. De gemeente beschrijft ook de commerciële structuur nadrukkelijk rond deze drie verschillende kernen.
Wie hier een woning zoekt, zou daarom niet alleen moeten vragen: “Willen we in Jávea wonen?” De veel belangrijkere vraag is: welke Jávea past bij ons?
Xàbia Històrica: smalle straten en tosca-steen
Het oude centrum ligt niet direct aan zee. Hier vindt u smalle straten, witgekalkte gevels, smeedijzeren balkons en veel van de karakteristieke goudbruine tosca-steen.
Het belangrijkste gebouw is de Iglesia-Fortaleza de San Bartolomé, gebouwd tussen de veertiende en zestiende eeuw. De versterkte uitstraling had een duidelijke functie: de kerk bood niet alleen ruimte voor religie, maar maakte ook onderdeel uit van de verdediging van de oude stad.
Rond de kerk liggen pleinen, kleine winkels, tapasbars en het Mercado Municipal. Het voelt hier aanzienlijk traditioneler Spaans dan rond het Arenal.
De oude stadsmuren zijn grotendeels verdwenen
Xàbia was vroeger ommuurd. De muren beschermden de bevolking in een periode waarin aanvallen vanaf zee een reëel gevaar vormden.
Toen de stad in de negentiende eeuw verder groeide, verdwenen grote delen van deze verdedigingswerken. Toch zijn in het stratenplan en op verschillende plekken nog verwijzingen naar de oude ommuurde stad te vinden.
Wie rustig door het centrum loopt, ziet daardoor een Jávea die totaal anders is dan de villa's en urbanisaties aan de kust.
De Mercado Municipal
Direct naast de kerk staat het Mercado Municipal de Abastos.
Op deze plek stond vanaf de zeventiende eeuw een klooster van de Agustinas Descalzas. Dat gebouw werd tijdens de Spaanse Burgeroorlog afgebroken en in 1946 werd de huidige markthal geopend. Bij het ontwerp werd bewust geprobeerd de architectuur te laten aansluiten bij de naastgelegen kerk.
Binnen vindt u verse producten en verschillende eetgelegenheden. Het is een leuke plek om een wandeling door het oude centrum te combineren met koffie, tapas of boodschappen.
Donderdag is marktdag
Naast de overdekte markt heeft Jávea iedere donderdag een grote weekmarkt in het historische centrum.
De kramen staan rond Plaça de la Constitució, Placeta del Convent en Plaça Marina Alta. Er worden onder andere groenten, fruit, voeding, kleding, huishoudelijke artikelen en accessoires verkocht. De officiële toeristische website van de Comunitat Valenciana vermeldt de markt wekelijks op donderdag van 7.30 tot 14.00 uur.
Voor inwoners is dat natuurlijk meer dan een toeristische activiteit. Even naar de markt en daarna ergens koffie drinken wordt al snel onderdeel van de week.
De rijkdom van de rozijn
Een ander verhaal vindt u buiten het centrum. Jávea kende in de achttiende en negentiende eeuw een belangrijke handel in rozijnen, gemaakt van lokale moscateldruiven.
Daarmee zijn de typische riuraus verbonden: langgerekte landelijke gebouwen met bogen waarin de druiven tijdens vochtig weer beschermd konden drogen. De officiële gastronomische documentatie van Xàbia koppelt de ontwikkeling van deze architectuur vanaf het begin van de achttiende eeuw rechtstreeks aan de productie van rozijnen.
U komt deze gebouwen nog steeds tegen in het landschap van de Marina Alta. Ze herinneren eraan dat Jávea lang voordat toerisme belangrijk werd al sterk verbonden was met landbouw en internationale handel.
Duanes de la Mar: het oude vissersleven
Dan gaan we richting zee naar Duanes de la Mar, de oude havenwijk.
Dit was oorspronkelijk het gebied van vissers, zeelieden en havenarbeiders. Ook vandaag is de visserij nog zichtbaar. In de haven ligt de visafslag en de visserscoöperatie verkoopt er verse vis en zeevruchten uit de baai. De toeristische dienst noemt Duanes een van de levendigste wijken van Jávea gedurende het hele jaar.
Dat laatste vinden wij belangrijk. Het is niet alleen een boulevard die in augustus leeft. Er zijn het hele jaar winkels, restaurants en voorzieningen.
Een kerk die eruitziet als een schip
In het hart van Duanes staat de bijzondere Iglesia de Nuestra Señora de Loreto, of Mare de Déu de Loreto.
De kerk werd in 1967 geopend en geldt als een opvallend voorbeeld van moderne religieuze architectuur.
Van binnen is vooral het dak bijzonder. De vorm en constructie verwijzen duidelijk naar de maritieme identiteit van de wijk en geven het gebouw bijna het gevoel van een scheepsromp.
Zelfs als u normaal gesproken niet iedere kerk binnengaat, is deze echt even de moeite waard.
Casa del Cable en een oude verbinding met Ibiza
Aan de boulevard van de haven staat ook de Casa del Cable. Het oorspronkelijke gebouw dateerde uit 1860 en speelde een rol bij de telegraafverbinding tussen het Spaanse vasteland en Ibiza.
Van het oorspronkelijke bouwwerk zijn vooral delen van de karakteristieke galerij behouden. Tegenwoordig wordt het gebouw gebruikt als tentoonstellingsruimte.
Het is een klein stukje geschiedenis waar u gemakkelijk langsloopt wanneer u vooral naar de boten en restaurants kijkt.
Playa de la Grava
Direct bij de haven ligt Playa de la Grava. Zoals de naam al doet vermoeden is dit geen zandstrand, maar een strand van grind en kleine stenen.
Het ligt praktisch tegen Duanes aan. Daardoor kunt u hier 's ochtends zwemmen, daarna de haven inlopen en ergens lunchen zonder de auto nodig te hebben.
Juist voor mensen die permanent wonen, kan zo'n combinatie van strand en dagelijkse voorzieningen prettiger zijn dan een afgelegen baai die alleen mooi is voor een vakantiefoto.
Primer Muntanyar: wandelen langs zee
Vanuit de haven richting het Arenal loopt Primer Muntanyar, ook bekend als Benissero.
Het is een ongeveer twee kilometer lange, grotendeels rotsachtige kuststrook die vanaf de monding van de Río Gorgos naar het Arenal loopt. In het gesteente zijn nog sporen zichtbaar van de winning van tosca, die vroeger als bouwmateriaal werd gebruikt.
Langs dit gedeelte vindt u in het seizoen verschillende chiringuitos en het is een populaire route om te wandelen of fietsen.
De Romeinen zaten hier ook al
Aan het zuidelijke einde van Primer Muntanyar ligt een grote in de rots uitgehakte waterpartij die bekendstaat als Baños de la Reina.
Dit gebied maakte in de tweede helft van de eerste eeuw voor Christus deel uit van een handels- en productieomgeving waar onder andere gezouten vis en vissaus werden gemaakt. Het gedeelte wordt tegenwoordig ook wel Cala del Ministro genoemd.
Dat maakt een wandeling langs zee ineens iets interessanter: onder en naast de moderne bebouwing liggen letterlijk sporen van tweeduizend jaar kustgeschiedenis.
El Arenal: het bekende gezicht van Jávea
Het Arenal is waarschijnlijk het gedeelte dat veel vakantiegangers het beste kennen.
Hier ligt het belangrijkste zandstrand van Jávea, met daaromheen een brede boulevard vol restaurants, cafés en winkels. De officiële toeristische gids beschrijft El Arenal als het belangrijkste recreatiegebied van de plaats, vooral tijdens de zomermaanden.
Het is levendiger en internationaler dan het historische centrum of delen van de haven.
Voor gezinnen en mensen die graag alles op loopafstand hebben, kan dat heel prettig zijn. Wie juist absolute rust zoekt, zal waarschijnlijk sneller naar de woongebieden buiten het Arenal kijken.
Van Arenal naar Cala Blanca
Rijdt of wandelt u verder naar het zuiden, dan verandert de kust opnieuw.
Na het Arenal komt u langs het Segon Muntanyar en vervolgens bij Cala Blanca, een reeks kleine rotsachtige inhammen met helder water. Daarna wordt de kust steeds grilliger en volgen kliffen, eilandjes en kleinere baaien. De officiële strandengids van Xàbia noemt onder andere Cala Blanca, Cala Sardinera, Portitxol en Granadella als afzonderlijke baaien langs deze kust.
Vanaf hier begrijpt u steeds beter waarom Jávea zo populair is bij snorkelaars, kajakkers en duikers.
Portitxol: een van de bekendste beelden van Jávea
Cala Barraca, meestal Cala Portitxol genoemd, is een van de meest gefotografeerde baaien van Jávea.
Voor de kust ligt Illa del Portitxol en het omliggende gebied bestaat uit kliffen en mediterrane vegetatie. De baai vormt onderdeel van de kuststrook waar ook verschillende uitzichtpunten liggen.
In de zomer kan het hier behoorlijk druk worden. De toegang tot Portitxol en Granadella wordt in drukke periodes gereguleerd om verkeers- en parkeerproblemen te beperken; controleer daarom vooraf altijd de actuele situatie.
Dat is sowieso een goede tip voor Jávea: de mooiste kleine baaien zijn niet altijd de gemakkelijkste stranden.
Cala Granadella
Nog verder naar het zuiden ligt Cala Granadella, misschien wel de bekendste natuurlijke baai van Jávea.
De kleine baai ligt tussen beboste hellingen en rotswanden en is populair voor zwemmen, snorkelen, kajakken en duiken.
Maar Granadella is meer dan het strand alleen. Ernaast ligt een bosgebied van bijna 700 hectare. Door dit natuurgebied loopt onder andere de PR-CV 354, waarmee u het landschap en verschillende uitkijkpunten kunt ontdekken.
Dat is eigenlijk typisch Jávea: een bekende strandfoto blijkt ineens onderdeel te zijn van een veel groter natuurgebied.
Vijftien uitzichtpunten langs de kust
Wilt u de kust echt goed leren kennen, dan is de Ruta de los Miradores een leuke manier.
Jávea heeft vijftien officiële uitzichtpunten langs de kust. De route begint onder andere bij Cap de Sant Antoni en loopt via Els Molins, Punta de l'Arenal, Cala Blanca, Portitxol, La Falzia en Cap Negre tot Cap de la Nau, Ambolo en Granadella.
U hoeft ze natuurlijk niet allemaal op één dag af te rijden.
Wij zouden er juist meerdere dagen van maken en onderweg telkens een strand, wandeling of lunch meenemen.
Cap de la Nau
Een van de indrukwekkendste punten is Cap de la Nau, een hoge kaap aan de zuidoostkant van Jávea.
Het is het meest oostelijke punt van de Comunitat Valenciana en biedt weidse uitzichten over de Middellandse Zee.
Op heldere dagen lijkt de zee hier eindeloos.
En het mooie is dat enkele van de bekende woongebieden van Jávea juist rond dit deel van de gemeente liggen. Voor woningzoekers kan uitzicht hier dus letterlijk een belangrijk onderdeel van de keuze worden.
Cap de Sant Antoni en het Montgó-massief
Aan de noordkant ligt Cap de Sant Antoni, waar het Montgó-massief vrijwel tot aan zee doorloopt.
Het gebied maakt deel uit van het Parque Natural del Montgó en langs de kust ligt bovendien een zeereservaat met hoge ecologische waarde. De combinatie van steile rotswanden, kleine inhammen en een rijke onderwaterwereld maakt het gebied interessant voor natuur- en duikliefhebbers.
Vanaf de hoogte kijkt u prachtig over de baai van Jávea.
De Montgó is altijd aanwezig
De Montgó is met zijn opvallende vorm vanuit veel delen van Jávea zichtbaar.
Het natuurpark ligt tussen Jávea en Dénia en biedt verschillende wandelmogelijkheden, van relatief eenvoudige routes bij Les Planes tot veel zwaardere tochten richting de top.
Voor wie graag wandelt, fietst of gewoon graag bergen in de buurt heeft, geeft dat Jávea een groot voordeel ten opzichte van vlakke kustgebieden.
U woont hier aan zee, maar de bergen zijn nooit ver weg.
De molens van La Plana
Bij Les Planes, tussen Jávea en Dénia, vindt u ook de oude windmolens van Xàbia.
Een relatief eenvoudige route van ongeveer 4,5 kilometer loopt vanaf het recreatiegebied bij Cap de Sant Antoni richting het uitzichtpunt bij Els Molins. De historische molentorens vormen volgens de officiële routebeschrijving een uitzonderlijk ensemble binnen de Comunitat Valenciana.
Vanaf hier krijgt u bovendien een prachtig uitzicht over de baai en de omliggende bergen.
Een paradijs onder water
Jávea is ook een populaire bestemming voor snorkelen en duiken.
Rond de kust liggen rotswanden, eilandjes, posidoniavelden en verschillende onderwaterroutes. In de Reserva Marina del Cap de Sant Antoni komen onder andere tandbaarzen, murenen, zeebrasems, sponzen en gorgonen voor.
Ook rondom Portitxol, Cap Negre en Granadella zijn duik- en snorkelmogelijkheden.
Wie graag meer doet dan alleen op het strand liggen, krijgt hier dus behoorlijk veel keuze.
Rijst, vis en gedroogde octopus
De keuken van Jávea is sterk verbonden met zowel zee als land.
Rijst komt in tientallen lokale bereidingen terug en vis en zeevruchten uit de eigen vissershaven spelen vanzelfsprekend een belangrijke rol. Typische producten zijn ook pulpo seco, gedroogde octopus, en capellans, kleine gedroogde vis die traditioneel boven vuur wordt geroosterd en met olijfolie wordt gegeten.
Daarbij komen groenten, lokale amandelen, moscateldruiven en andere producten uit de Marina Alta.
Voor ons is Jávea daarom ook gewoon een hele goede plek om uitgebreid te lunchen.
Moscatel, mistela en de oude landbouwtraditie
De moscateldruif heeft eeuwenlang een belangrijke rol gespeeld.
De druiven werden vers gegeten, verwerkt tot rozijnen of gebruikt voor wijn en mistela. De historische productie van rozijnen heeft zelfs het landschap en de architectuur beïnvloed door de bouw van de eerder genoemde riuraus.
Wilt u nog verder in de wijntraditie van de Marina Alta duiken, dan is ook Jalón/Xaló interessant.
Feest vieren doen ze hier meerdere keren per jaar
Jávea heeft niet één belangrijk feest, maar meerdere.
Eind april en begin mei zijn er de feesten rond Jesús Nazareno. In juni volgen de Fogueres de Sant Joan, in juli zijn er de Moros y Cristianos en begin september viert de havenwijk de feesten van de Mare de Déu de Loreto.
Daardoor verandert telkens een ander deel van Jávea tijdelijk van sfeer.
Vooral tijdens de zomermaanden is er bijna altijd wel ergens muziek, vuurwerk, een optocht of andere activiteit.
Wonen in Jávea betekent eerst een wijk kiezen
Jávea heeft een bijzonder verspreide woningmarkt.
Wilt u graag alles kunnen lopen, dan kunnen het oude centrum, de haven of het Arenal interessant zijn. Zoekt u een villa met zwembad, privacy en uitzicht, dan komt u sneller uit in woongebieden als Balcon al Mar, Cap Martí, Tosalet, Pinosol, La Corona, Montgó of richting La Granadella.
Het verschil tussen die gebieden is groot. Sommige liggen hoog met spectaculaire uitzichten, andere zijn groener of dichter bij voorzieningen.
Een auto is buiten de drie belangrijkste kernen meestal belangrijk.
Wonen bij het Arenal of juist bij de haven?
Het Arenal is levendig, internationaal en praktisch wanneer restaurants, strand en winkels op loopafstand belangrijk zijn.
Duanes de la Mar heeft een andere sfeer. Hier krijgt u de haven, vissersgeschiedenis en een meer gemengde woonomgeving met zowel Spaanse als internationale inwoners.
Het historische centrum biedt weer een heel ander dagelijks leven, met de markt, traditionele straten en minder nadruk op strandtoerisme.
Daarom zouden wij bij Jávea nooit alleen huizen vergelijken. Wij zouden eerst de verschillende delen van de plaats bezoeken.
Villa's met uitzicht, maar kijk naar de dagelijkse praktijk
Jávea staat bekend om zijn villa's tegen de heuvels en langs de kust. Dat levert prachtige uitzichten op, maar een woning die op foto's perfect lijkt kan in het dagelijks leven anders uitpakken.
Hoe steil is de toegangsweg? Hoe ver is de supermarkt? Kunt u ergens naartoe lopen? Hoe zonnig is het perceel in de winter? Hoeveel onderhoud vraagt de tuin? En hoe druk is de route richting strand in juli en augustus?
Dat zijn hier belangrijke vragen.
Het aanbod bestaat daarnaast niet alleen uit villa's. Er zijn ook appartementen, geschakelde woningen, traditionele huizen en moderne nieuwbouw. Casas Palmeras heeft momenteel zowel appartementen als villa's in Jávea in het aanbod.
Een internationale plaats die toch Spaans blijft
Jávea heeft al lange tijd een grote internationale gemeenschap.
Dat maakt de overstap voor Nederlanders en Belgen gemakkelijker: internationale dienstverlening, restaurants en buitenlandse inwoners zijn ruimschoots aanwezig. Tegelijkertijd blijft het Spaanse en Valenciaanse karakter duidelijk zichtbaar, vooral in het historische centrum, de haven en tijdens de lokale feesten. Ook Casas Palmeras beschrijft Jávea als populair onder internationale woningkopers.
Voor veel emigranten is juist die combinatie aantrekkelijk.
Emigreren naar Jávea
Voor wie wil emigreren naar Spanje heeft Jávea veel voorzieningen voor permanente bewoning. Er zijn scholen, winkels, sportvoorzieningen, medische zorg, horeca en een actief verenigingsleven.
De plaats ligt bovendien tussen Alicante en Valencia, waardoor u voor internationale vluchten uit beide richtingen opties heeft.
Daar staat tegenover dat Jávea behoorlijk uitgestrekt is. De juiste locatie is daarom belangrijk, zeker wanneer u kinderen heeft, dagelijks naar werk moet of graag zoveel mogelijk lopend wilt doen.
Meer praktische informatie vindt u bij verhuizen naar Spanje.
Een huis kopen in Jávea
Wie een huis wil kopen in Jávea zou wat ons betreft beginnen met een rondrit door de verschillende woongebieden.
Drink koffie in het oude centrum, loop door de haven, bekijk het Arenal en rijd daarna omhoog richting de villa-urbanisaties. Pas dan krijgt u een goed beeld van hoe verschillend wonen binnen één gemeente kan zijn.
Voor een tweede woning kan loopafstand tot strand en horeca belangrijk zijn. Voor permanente bewoning wegen rust, bereikbaarheid, winterzon en dagelijkse voorzieningen misschien zwaarder.
Het actuele aanbod vindt u op onze Jávea-pagina.
Waarom Jávea het ontdekken waard is
Jávea heeft niet één gezicht en precies dat maakt de plaats zo leuk.
Begin 's ochtends op de donderdagmarkt in het historische centrum en loop langs de Iglesia de San Bartolomé. Ga daarna naar de haven voor lunch met verse vis en wandel via Primer Muntanyar richting het Arenal.
De volgende dag rijdt u langs de uitzichtpunten naar Portitxol en Granadella of trekt u juist de Montgó in.
Dan begrijpt u waarom Jávea voor zoveel mensen meer wordt dan een vakantiebestemming.
Een oud Spaans centrum, vissershaven, zandstrand, ruige baaien, bergen en villa's met uitzicht over de Middellandse Zee: alles ligt hier verrassend dicht bij elkaar.
Groetjes uit Jávea!